|
|
Bestuur Jaarverslag 2002 |
Gewijzigd: 7/9/2004 |
Voor u ligt een neerslag van feitjes en feiten die ieder apart niet direct richtinggevend lijken te zijn maar in hun onderlinge context wel degelijk een marsroute - geschetst door ons beleidsdocument - aangeven die U als lid met ons als bestuur in kan slaan.
Het tot stand komen van deze marsroute verdient enige explicatie want het jaar 2002 laat zich het beste omschrijven als het jaar van HET document. Talloze gremia van de vereniging dachten mee over het document "Visie en Beleid voor Ondersteuning van Gezondheidszorg in Ontwikkelingslanden en Samenwerking in Internationale Gezondheidszorg". Voltooing vond uiteindelijk plaats in augustus 2002. Terecht werden zij die input aan het document gaven dan ook met naam en toenaam genoemd. Het document is te vinden op de NVTG-website: www.nvtg.org
Het mission statement wat destijds na enige aanpassingen de ledenvergadering passeerde bleek een goed en logisch vertrekpunt te bieden voor hoofdstuk 5 "Visie en Beleid van de NVTG in Ondersteuning van Gezondheidszorg."De zes hoofdletters, van A tot en met F die ieder voor evenzovele taken van de NVTG staan, werden terdege besproken op de zogenaamde "dag op de hei". Getracht werd de beleidsvoornemens te operationaliseren door ze "van handen en voeten" te voorzien, zoals het gezegde gaat.
Als leidraad geldt dat uitwisseling van kennis en ervaring op het gebied van internationale gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek, alsmede adequate voorbereiding van uit te zenden medisch kader, centraal zullen staan.
Voor wat betreft deze voorbereiding zij hier opgemerkt dat mede met instemming van het COTG er een profielensplitsing in het rapport uitgewerkt werd, te weten: Zij die werkzaam zullen zijn in klinische en andere uitvoerende functies en zij die werkzaam zullen zijn als deskundigen voor advisering en begeleiding, gericht op versterking van locale capaciteit en instituties.
Begrijpelijkerwijs heeft dit invloed op het soort opleiding. Dientengevolge werd geïnvesteerd in een Commissie Onderwijs (werkgroep profielen en opleiding) die, wanneer de tendering haar beslag gekregen heeft, van belang zal zijn voor het vaststellen van de inhoud met aangepaste modules aan nieuwe inzichten van vereiste vaardigheden. Meer hierover onder het kopje "Commissie profielen en opleidingen toekomstige tropenartsen" en in het jaarverslag van "Concilium Opleiding Tropische Gezondheidszorg (COTG)".
Tijdens de algemene ledenvergadering werd ingestemd met een naamsverandering van de NVTG. Voortaan heten we Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg. De afkorting NVTG blijft bestaan.
Tot onze spijt zag de penningmeester Bernard Kral zich genoodzaakt zijn functie neer te
leggen. Een nieuwe kandidaat bleek bereid te zijn het stokje over te nemen en zal als
zodanig worden voorgesteld in de leden vergadering.
Door het vertrek van de bestuursfunctionaris begin 2002 vaceerde die functie en werd er
een sollicitatie procedure in gang gezet. Wel maakte mevrouw Verhallen enige activiteiten
in dit verenigingsjaar af waarvoor nog budgettaire ruimte ge-earmarked voor de aan te
trekken bestuursfuctionaris gevonden werd.
Een herschikking vond plaats van de functies van de bestuursleden en wordt onder
"Diversen" bijgevoegd bij dit verslag.
Hierbij een woord van waardering voor de beide secretariaten zowel van het COTG als dat
van de NVTG beiden be"vrouwd" door bureau managers die tijdens de afwezigheid
van een nieuwe bestuursfunctionaris bij voortduring kwaliteitswerk geleverd hebben .
Heidag: Op een geslaagde "dag op de hei" werd getracht een modus te
vinden om de vele plannen uit het beleid-en-visie document te realiseren, zoals
uitbreiding van de website hetgeen inmiddels reeds voor een deel is gebeurd. Ook van
belang is het faciliteren voor de Commissie Wetenschap om te functioneren als denktank in
de dialoog met andere organisaties.
Een in februari gepland treffen bij DGIS tezamen met andere spelers op het
maatschappelijk middenveld is een stap in de goede richting. Duidelijk moge zijn dat de
vele voorgenomen activiteiten een belasting van het budget zullen vormen.
Begrijpelijkerwijs zullen die activiteiten die een output financiering met zich meebrengen
terdege aandacht krijgen.
Hoogleraarschap
Enkele bestuursleden zijn dit jaar facilitair geweest in het stimuleren van
hoogleraarschappen op belangrijke gebieden van internationale gezondheidszorg zoals
armoede gerelateerde ziektes, reproductieve gezondheidszorg en health systems, binnen
verschillende universiteiten van Nederland. Naast formele en informele gesprekken met
vertegenwoordigers van geneeskundige faculteiten zijn er ook brieven geschreven naar
decanen van de faculteiten ter aanmoediging van het aanstellen van hoogleraarschappen, met
het oogmerk om gezondheidszorg in OS landen op deze wijze te kunnen stimuleren. In dit
kader werden ook enkele faculteiten bezocht. Bij de meeste universiteiten werd het appel
van het bestuur met enthousiasme en instemming begroet.
Bij de UvA/ AMC is per 1 oktober 2002 M. Borgdorff (KNCV) benoemd tot hoogleraar
"Internationale Gezondheidszorg, in het bijzonder Tuberculose", een traject dat
al enkele jaren geleden was ingezet. Bij de KUN is per 1 september W. Dolmans als
gasthoogleraar benoemd met als onbezoldigde leeropdracht 'Internationale
Gezondheid'.
Enkele andere universiteiten hebben het traject tot aanstellingen in gang gezet.
Conferenties en workshops
Opmerkelijk in dit verenigingsjaar was het grote aantal conferenties en workshops, soms
zelfs ongelukkigerwijs samenvallend op één dag. Wel werden zij steeds zoveel mogelijk
door de bestuursleden bezocht zodat erover gerapporteerd kon worden op de
bestuursvergaderingen en aldus bijdroegen aan onze kennisvermeerdering.
De geslaagde werkgroependag waarbij de blik gericht werd binnen 's lands grenzen
waarover elders in dit verslag gerapporteerd wordt zal consequenties hebben voor de
contacten met de mede-organiserende verenigingen zoals Pharos, SIBIO en UAF. De follow-up
van deze waardevolle contacten is thans in gang. Het lijkt erop dat meer dan ooit de NVTG
een onderdak kan bieden voor binnenlandse transculturele gezondheids-problematiek bij de
allochtone migrant.
Samenwerking met werkgroepen
Het bestuur blijft een goed contact met de werkgroepen van groot belang vinden.
Derhalve blijft het aangewezen hen in te schakelen bij wetenschappelijke dagen
georganiseerd rond bepaalde thema's en congressen van de NVTG. Het bestuur koestert
de hoop dat er binnenkort meer werkgroepen geformeerd kunnen worden. Een van haar meest
actieve werkgroepen, Maternal Health en Family Planning, organiseerde een uitermate
geslaagd lustrumcongres met als titel "How to meet the unmet need" dat een grote
collegezaal vol trok
De Commissie Wetenschap
was het afgelopen jaar wederom zeer actief. In mei werd er een symposium georganiseerd
door de werkgroep "Uniting Streams". Voor verdere informatie, ook van
activiteiten van de andere werkgroepen, verwijzen wij naar hun eigen jaarverslagen.
Commissie profielen en opleidingen toekomstige tropenartsen
zie jaarverslag COTG
Het onderwerp van de werkgroependag was "Medische samenwerking in een wereld van
verschil". W. Devillé startte en zette meteen de problematiek van immigrantenzorg
helder neer gebruik makend van eigen en NIVEL-onderzoeksgegevens. Daarna volgde
parallelsessies verzorgd door de werkgroepen Tropische Kindergeneeskunde, GEO, Psychiatrie
(i.o.) en huisartsgeneeskunde. Tegen het middaguur waren de bijna 100 deelnemers al
opgetogen over hoe boeiend het onderwerp was. Enthousiasme alom over deze
blikveldverbreding van de NVTG. Met dit enthousiasme ging men in discussiegroepen uiteen
om de eigen rol en die van de NVTG helder te krijgen. Belangrijkste punten die alle
discussiegroepen noemden waren Onderwijs, Onderzoek, Kenniscentrum en Vraagbaak, maar ook
Technische Assitentie werd genoemd.
In de middag hielden de organisaties PHAROS, LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging),
Pacemaker en de GGZ zeepkistpresentaties over medische zorg en communicatie, waarop een
forumdiscussie volgde. Affiniteit met immigranten bleek hand in hand te gaan met begrip,
werkplezier en betere communicatie, zo luidde de boodschap.
Vervolgens presenteerden CIBA, SIBIO en het UAF zich. Deze organisaties houden zich
bezig met hulp aan gevluchte buitenlandse collega's. We hoorden ervaringen uit de
eerste hand en er werd een sterk appel gedaan op steun bij het bieden van kansen tot
medische opleiding op (individuele) maat.
De belangrijkste uitkomst van de dag was: De NVTG zoekt actief naar samenwerking met organisaties in Nederland die bezig zijn met gezondheidszorg voor immigranten / asielzoekers
De dag werd afgesloten met het erelidmaatschap van Jarl Chabot, oud-voorzitter en jaren
grote trekker van de NVTG. De laudatio werd uitgesproken door Geertrui Kortman.
Hierna volgde na de receptie nog de werkgroepenvergadering.
Hier werden een aantal belangrijke beslissingen genomen.
Voor een uitgebreider verslag verwijzen wij u naar de NVTG-website www.nvtg.org en Medicus Tropicus 6/2002
Het bestuur vergaderde tweemaal met de besturen van de werkgroepen.
De eerste vergadering stond geheel in het teken van de voorbereiding van de NVTG
Werkgroependag, de tweede van het NVTG Beleidsdocument. De huidige structuur van de
werkgroepen 'per specialisme' werd ter discussie gesteld. Reden: slechts een
paar werkgroepen waren vertegenwoordigd tijdens de vergadering van maart 2002, de
belangstelling van de werkgroepen voor het reilen en zeilen van de vereniging lijkt soms
gering te zijn. Besproken werd over clustering van de werkgroepen rondom thema's.
Uiteindelijk besloot de vergadering de oude structuur te handhaven en dat de vereniging
niet moet streven naar 'volledige grip' op de werkgroepen.
Aangezien er slechts eens in de twee à drie jaar een medaille wordt toegekend is er in 2002 geen medaille uitgereikt. Het bestuur is desondanks enkele malen bijeengeweest om voorbereidingen te treffen voor het 80-jarig jubileum jaar 2003. Daarnaast is het bestuur door de directie van het KIT aangemoedigd te onderzoeken of naast het uitreiken van de medaille de Stichting het Eijkmann Medaille Fonds - dat gehuisvest is binnen het KIT en nauw samenwerkt met de NVTG - er nog andere mogelijkheden zijn om onderzoek te stimuleren. Hiervoor is een discussiestuk geschreven "Global Health research in The Netherlands: A new initiative"dat een aanzet geeft tot coördinatie, uitvoering en samenwerking op het gebied van Health System Research. Met verschillende belanghebbenden zijn hierover gedachten uitgewisseld. Verdere besluitvorming zal in een later stadium plaatsvinden.
De Europese Federatie van verenigingen van Tropical Medicine en International Health is met nieuw elan van start gegaan. Dhr. Boeree is tot Vice President benoemd.
Het bestuur van de FESTMIH is inmiddels twee keer bijeengekomen: in Chester (U.K.) in februari 2002 en in Lissabon in september 2002 (voor notulen zie www.nvtg.org). De belangrijkste taken van de Federatie lagen in de organisatie van het derde European Congress on Tropical Medicine and International Health. Daarnaast is er een start gemaakt met een nieuwe website: www.festmih.net. Verder is geïnvesteerd in nieuwe lid-societies. Geëffectueerd is het lidmaatschap van de Portugese Vereniging van Parasitologie. Er zijn plannen om de banden met lid societies alsmede met internationale verenigingen zoals TropEdEurope aan te halen.
Het congres in Lissabon was een geslaagd evenement. Er waren ongeveer 900 bezoekers
gedurende vier dagen met wetenschappelijke voordrachten op het gehele brede gebied van
tropische geneeskunde en internationale gezondheidszorg.
In 2005 wordt het vierde congres in Marseille georganiseerd, waarbij Dhr. Boeree in het
organisatie comité plaats neemt. Tevens zal het vijfde congres in 2007 in Nederland
plaatsvinden ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de NVTG.
- Website
Ondanks het feit dat er tot op heden geen geld beschikbaar is voor het opzetten van een
professionele website, kwam deze dit jaar toch langzaam tot ontwikkeling en werd steeds
vaker gebruikt om de leden van de vereniging van informatie te voorzien.
- Informatiedag
De informatiedag op 24 februari 2001 voor (para-)medici die naar de tropen willen, was
wederom een groot succes. Er waren 98 deelnemers, zowel medici als paramedici.
- Vereniging PSO
De voorzitter volgt thans als participant de algemene ledenvergaderingen van PSO.
Belangwekkende besluiten worden gerapporteerd op de bestuursvergaderingen.
- NIZW/LOIB: werkgroep Internationale Bilaterale Samenwerking (IBIS)
Sinds het vertrek van de bestuursfunctionaris is de NVTG niet meer vertegenwoordigd
geweest in de werkgroep LOIB van het NIZW. Het bestuur heeft P. de Graaf (secretaris van
het LOIB) gevraagd de vereniging op de hoogte te houden van de voor de vereniging
relevante onderwerpen.
- WEMOS: de NVTG droeg bij aan een aantal campagnes van WEMOS door haar naam te verbinden aan de campagnes, het meesturen van WEMOS-actiefolders met Medicus Tropicus en door plaatsing van WEMOS-berichten met een link naar de WEMOS website.
Bestuurssamenstelling
Dhr. C. van der Does: Voorzitter
Mw. M.L. Blok: Vice voorzitter
Dhr. B. Kral: Penningmeester
Mw. J.J.A. Dekker: Secretaris
Dhr. M.van Cleeff: 2e Secretaris
Dhr. P. Van den Hombergh: 2e Penningmeester
Dhr. P.P.A.M. van Thiel
Dhr. M. Boeree
Mw. K. De Koning
Dhr. L. Niessen
Aantal leden
Per 01-01-2002: 834
Per 31-12-2002: 862
Aantal opzeggingen: 45
Nieuwe aanmeldingen: 73
Het bestuur vergaderde 11 maal in Utrecht.
De jaarvergadering en het overleg met de werkgroepen vonden plaats in Utrecht.
Het bestuur nam deel aan symposia van Wemos, PSO, KIT, Share-net, en ICAD.
Medicus Tropicus en Referatenblad verschenen 6 maal.
Op 1 januari 2002 werd het tijdschrift Tropical Medicine & International Health (TM & IH) ontkoppeld van het lidmaatschap van de vereniging. Alle abonnementen werden stopgezet. Voor NVTG leden wordt TM & IH vanaf deze datum tegen een gereduceerd tarief van 73 Euro separaat aangeboden. 251 NVTG leden abonneerden zich opnieuw op het tijdschrift.
i) Platformfunctie
- vrijmaken /zoeken van financiering voor en vervolgens tenderen van de bouw van een
aansprekende verenigings website met een goede basisstructuur, beschikkend over
interactieve elementen om onderlinge communicatie tussen de site bezoekers te bevorderen.
- opzetten en uitvoeren van een onderzoek naar het functioneren van (een aantal) andere
"Verenigingen voor Tropische Geneeskunde / Internationale Gezondheidszorg" in
Europa / USA waarbij gekeken zal worden naar, onder andere: Doelstellingen, activiteiten,
beleid en management, uitvoering van platvorm functie en inbedding in structuur (overheid,
betrokken organisaties).
ii) Bevorderen van onderzoek
- Richting geven aan onderzoek (research agenda /prioriteiten agenda samenstellen/
bijhouden)
- Bevorderen, stimuleren tot het oprichten van een "Denktank onderzoek
International Health" die beleid vanNederlandse medische ontwikkelingssamenwerking
mede gaat voorbereiden. Deze denktank adviseert staatssecretaris/ minister.
De NVTG kan hiervoor mensen aandragen (van alle specialismen / disciplines/ richtingen)
Deze activiteiten zullen in nauwe samenwerking met de Commissie Wetenschap gedaan
worden. In februari 2003 zal een ontmoeting bij DGIS plaatsvinden.
iii) Werkgroependag wordt jaarlijkse "NVTG Congresdag"
Op 1 oktober 2003 wordt uitreiking Eijkmann medaille en Congresdag gecombineerd.
iv) Samenwerking met Commissie Wetenschap voor organiseren van wetenschappelijk symposium. Gepland voor mei 2003.
v) Hoogleraarschap
- De rol van de NVTG ligt hier op het gebied van advisering en stimulering. Voorlopig
kiest het bestuur ervoor: "de vinger aan de pols te houden".
vi) Stimuleren en faciliteren van medisch onderwijs in ontwikkelingslanden
- Oprichting van een Commissie Onderwijs (niet te verwarren met de Commissie Opleiding,
die momenteel bezig is met het aanpassen van profielen/opleiding;
- Voorbereiden van een Ronde Tafel Conferentie (in 2004) vergelijkbaar met de Ronde
tafelconferentie Wetenschap die gehouden werd in 2002, waarbij alle instituten /
organisaties die zich bezighouden met onderwijs /International Health zullen worden
uitgenodigd.
vii) Ondersteuning van monitoring en evaluatie van effecten van medische
ontwikkelingssamenwerking (kwaliteitsborging)
- Het ondersteunen van initiatieven tot het formuleren van evaluatiecriteria en
indicatoren voor het meten van resultaten van technische assistentie.
- Het stimuleren van onderzoek op het gebied van kwaliteitsmeting (leerstoel).
Deze activiteiten zullen gedaan worden in nauwe samenwerking met de Commissie
Opleiding. De toekomstige tropenarts moet gestimuleerd worden kwaliteitsborging op de
agenda te zetten. Dit betekent dat de onderwerpen effectiviteits meting en
kwaliteitsborging moeten worden opgenomen in het NTC programma.
viii) Adequate voorbereiding van uit te zenden artsen en paramedici
Ondersteuning van de Commissie Opleiding bij uitvoering van TOR waarin alle kerntaken
vallen met betrekking tot dit aandachtsgebied.
ix) Pleitbezorging
- Ontwikkelen van een actieplan door de PR Commissie
De 40e jaargang van Medicus Tropicus (ISSN 0166-9303) kwam in 2002 6 x uit,
16 pagina's ieder in een oplage van 1000. Van 96 pagina's waren 48 blz. voor het
Referatenblad.
Een groot deel van de kopij bestond uit officiële stukken van de NVTG: jaarverslag
2001, notulen en wetenschappelijke voordrachten van de jaarvergadering op 15 maart,
uitreiking van de Eijkman medaille aan Hans Remme, aankondiging en verslag van de
werkgroependag op 11 october en van de algemene ledenvergadering van TROIE, een
samenvatting van het NVTG beleidsdocument en de toespraak van Jarl Chabot bij gelegenheid
van de toekenning van zijn erelidmaatschap van de NVTG.
Discussie en ingezonden brieven betroffen vooral de NTC en de tropenopleiding van
paramedici.
In de rubriek Aan de Noordzijde van de Keerkring werden diverse actuele
onderwerpen aan de orde gesteld: maatschappelijke verbreding van medische
ontwikkelingssamenwerking, de NTC, het Assistent-Deskundigen Programma, toegang tot HAART,
en de rol van de NVTG in de gezondheidszorg voor immigranten in Nederland.
Verder de TROIE rubriek, een in memorial voor Prof. Kranendonk, een conferentieverslag,
de doorlopende agenda, aankondigingen van benoemingen van Prof. Borgdorff en prof.
Dolmans, aankondigingen van cursussen en een enkele boekbespreking.
In maart 2002 werd een Redactiestatuut voor Medicus Tropicus door het bestuur geaccepteerd. Dit stuk werd gezamenlijk door de MT redactie en het bestuur van de NVTG opgesteld; de noodzaak hiertoe werd gevoeld nadat het NVTG bestuur en/of de MT redactie bezwaren ontvingen naar aanleiding van ingezonden brieven en de rubriek Aan de Noordzijde van de Keerkring. Het redactiestatuut legt de redactionele onafhankelijkheid van MT vast, evenals de taken en bevoegdheden van redactie en hoofdredacteur, en beroepsprocedures in geval van conflict.
In de jaarvergadering van maart 2002 werd geconstateerd dat de productiekosten van MT
per pagina vele malen hoger lag dan die van TM&IH. Verder vindt de redactie de
productie van 6 weken tussen aanleveren van kopij bij de MT redactie tot datum verzending
te lang. Over beide zaken vindt overleg plaats met zetter en drukker van MT.
Wat de toekomst betreft: in toenemende mate wordt in MT verwezen naar de NVTG website
voor aanvullende informatie; de toegankelijkheid van de NVTG website in het algemeen en de
MT website in het bijzonder is onvoldoende. Voor leden in het veld is het veelal nog te
vroeg om over te gaan op een geheel electronische versie van MT.
De redactie van Medicus Tropicus bestond uit: H. van Asten (hoofdredacteur), Frits van der Hoeven, George Joosten, Peter Petit, Jos van Roosmalen en Jeanine Heeren (TROIE). Het redactie secretariaat werd gevoerd door Ingrid Gerhardt.
In 2002 bestond de redactie van het referatenblad uit de volgende drie personen: Yme van den Berg, Cor van den Bogaard en Leny Claessen-van Swaay. De gewenste uitbreiding van de redactie met een vierde persoon lijkt nabij.
Het Referatenblad beoogt publicaties over nieuwe ontwikkelingen ten aanzien van gezondheidszorg in ontwikkelingslanden en medische hulpverlening aan vluchtelingen onder de aandacht te brengen van hulpverleners die werkzaam zijn (geweest) in ontwikkelingslanden. Door de redactieleden wordt een groot aantal tijdschriften gescreend op relevante artikelen, mededelingen, discussies, opinies en boekbesprekingen. Het Referatenblad bestaat geheel uit abstracts van deze publicaties. Het is de bedoeling van de redactie dat een abstract meer is dan een verwijzing naar een publicatie. Geprobeerd wordt in het abstract, in beknopte vorm, zoveel mogelijk feitelijke informatie op te nemen, zodat lezers van het Referatenblad na het lezen van een aflevering op de hoogte zijn van boven genoemde nieuwe ontwikkelingen, ook zonder dat alle publicaties door hen gelezen worden.
In 2002 kwamen weer 6 Referatenbladen tot stand, met een gemiddelde van 30 abstracts per nummer. In de praktijk betekent dit dat tijdens 6, overigens zeer onderhoudende, redactievergaderingen de redactieleden steeds weer uit een voorselectie van zo'n 60 abstracts de 30 meest relevante hebben proberen te kiezen.
Evenals begin 2002 heeft de redactie ook nu weer geconcludeerd dat haar huidige werkwijze nog een toegevoegde waarde heeft voor de werkers in het veld, ondanks een toenemende toegang van de doelgroep tot het internet. Daarnaast zal in 2003 elektronische versturing, tegen betaling uiteraard, van het Referatenblad naar individuen of verenigingen die geen lid zijn van de NVTG mogelijk worden. De redactie denkt hiermee de doelgroep beter te bereiken. Het bestuur van de NVTG heeft hiervoor toestemming gegeven, de uitvoering heeft wegens tijdgebrek even op zich laten wachten maar zal in 2003 hopelijk prioriteit krijgen.
Leden van de redactie in 2002: Leny Claessen-van Swaay, Catharinadaal 27, 6715 KA Ede, tel. 0318 623800, claessen.vanswaay@consunet.nl vaessen.vandenberg@wxs.nl bogaard.oldenhave@consunet.nl
Dit jaarverslag betreft de 7e jaargang van Tropical Medicine & International Health (ISSN 1360-2276) over 2001. De reden hiervoor is, dat het jaarrapport van de uitgever en de jaarstatistieken van de redacteuren in juli gepresenteerd worden.
TMIH kwam in 2001 als maandblad uit, in een oplage van 1888 met een totale omvang van 1096 blz. (159 artikelen). De oplage vertoont al jaren een dalende trend (van 1997 tot 2001: 2223, 2064, 1982, 1929 en 1888), en zal in 2002 dalen tot 1262 als gevolg van de loskoppeling van NVTG lidmaatschap en TMIH abonnement. De circulatie onder Nederlandse abonnees daalde van 1997 tot 2001 als volgt: 1004, 939, 918, 898 en 877 en zal in 2002 dalen tot 280.
De hoeveelheid geaccepteerde manuscripten neemt zodanig toe, dat met de uitgever een uitbreiding van het pagina budget van 960 naar 1024 pagina's in 2002 overeengekomen zal worden.
De Science Citation Index voor 2001 was 1.500 (1.350 in 2000, 1.560 in 1999, 0.323 bij de 1e jaargang in 1995): in de categorie Public Health tijdschriften was dit goed voor een 30e plaats; in de categorie Tropical Medicine tijdschriften voor de 3e plaats.
De redactie bestond uit Sandy Cairncross (Coordinating Editor, LSHTM), Helen Weiss (London School of Hygiene and Tropical Medicine), Thomas Junghanss (namens Swiss Tropical Institute, Basel), Patrick van der Stuyft (Prins Leopold Instituut, Antwerpen), Rolf Walter (Bernhard Nocht Institut, Hamburg) en Henri van Asten (namens Stichting Tropical and Geographical Medicine). Het redactie secretariaat werd gevoerd door Susanne Groener aan de LSHTM. De redactie overlegt tweemaal per jaar, waarvan eenmaal in Londen met uitgever Blackwell.
De co-redactie van het Netherlands Receiving Center bestond uit Ben Naafs, Peter-Bob Peerenboom, Leo Visser, Pieter Wismans, Jan-Peter Verhave en Henri van Asten (redacteur).
Het Nederlandse redactie secretariaat werd gevoerd door Mieke Daalderop aan het Nijmegen Institute for International Health. De Stichting vergadert in principe eenmaal per jaar met de redacteur, maar kwam in 2001 niet bijeen. Ook de co-redacteuren kwamen in 2001 niet bijeen.
Het Bestuur van de Stichting TGM bestond uit Ton Polderman (namens commissie wetenschap van de NVTG; voorzitter), Jan Visschedijk (secretaris) en Meino den Dulk (penningmeester). Er is een vacature voor de VIT (Hugo van der Kaaij trad medio 2001 af) en de Commissie Wetenschap van de NVTG. Lex Muller trad begin 2001 af als voorzitter.
TMIH is ook on-line beschikbaar via de Blackwell Synergy website:
http://www.blackwell-synergy.com/servlet/useragent?func=showIssues&code=tmi
De on-line versie wordt toenemend gebruikt: in november 2001 werden 496 abstracts en 1995 artikelen gedownload; de inhoudsopgave werd 1915 keer geconsulteerd; alle jaargangen t/m december 2000 zijn vrij toegankelijk.
Henri A.G.H. van Asten, redacteur.
http://www.blackwellpublishing.com/journals/tmi/
(All online journal issues older than December 2000 are available free to all users)
De commissie wetenschap heeft zich dit jaar net zoals vorig jaar bezig gehouden met het behandelen van aanvragen voor subsidie uit het Stimuleringsfonds en het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek op het terrein van internaytionale gezondheidszorg.
De commissie heeft helaas slechts 3 aanvragen voor subsidie ontvangen. De eerste twee zijn gehonoreerd met subsidie. Het betrof interessant onderzoek naar huid zweren door de groep van collega Zijlstra in Malawi en "Tuberculosis in Zambia Malawi" door collega Buytels en Petit. Een laatste aanvraag kwam net voor de jaarwisseling binnen en zal worden beoordeeld in 2003. Begin 2002 werd nog een lopende aanvraag uit 2001 gehonoreerd, betreffende neurologische complicaties van schistosomiasis in Malawi, door collega Zijlstra.
Het aantal aanvragen is nog steeds erg laag. Blijkbaar zijn de doelgroep en de geboden stimulus niet compatibel. De commissie heeft een herziening van de reglementen in voorbereiding waarbij o.a. de mogelijkheden voor onderzoekers uit ontwikkelingslanden verruimd zullen worden, zowel voor zelfstandig onderzoek als voor aanvullende beurzen binnen de context van al bestaande programma's. Het voorstel zal binnenkort aan het bestuur worden voorgelegd.
Het stimuleren van onderzoek verliep voorspoedig. De nieuwe werkgroep Uniting Streams nam het voortouw bij het organiseren van een wetenschappelijk congres op 23 mei 2002. Het was een groot succes. Zie hierover elders meer. De commissie spreekt hier de wens uit dat alle leden en werkgroepen zullen bijdragen aan het komende congres op 15 mei. De commissie draagt ook bij aan het najaarscongres van de NVTG op 1 oktober.
De commissie heeft namens een aantal vertegenwoordigers van onderzoeksinstellingen die zich bezig houden met international health een brief geschreven aan de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking om aandacht te vragen voor een beter Nederlands onderzoeksbeleid op het gebied van internationale gezondheidszorg en ontwikkelingssamenwerking. De staatssecretaris heeft met onlangs met interesse gereageerd. Dit zal een vervolg krijgen. Wij houden u daarvan op de hoogte.
Prof. Dr. Robert W. Sauerwein werd benoemd tot bijzonder hoogleraar 'Tropische Parasitologie' aan het UMC St Radboud Nijmegen, namens de Treub Maatschappij.
Op vrijdag 10 januari 2003 hield Robert Sauerwein zijn oratie: 'De moeder aller koortsen'.
Sauerwein is arts-microbioloog en hoofd Medische Parasitologie van de afdeling Medische Microbiologie van het UMC St. Radboud te Nijmegen. De Nijmeegse groep heeft een leidende positie in Nederland en een internationale voortrekkersrol in malaria (vaccin-) onderzoek. Ze concentreert zich op drie taken hoofdtaken: eigen vaccinontwikkeling, Europese faciliteit voor testing van vaccins en tropenonderzoek.
Sauerwein is actief betrokken bij het Nijmeegs Universitair Centrum voor Infectieziekten en zorgt ervoor dat van de tropische infectieziekten ook de parasitosen de aandacht krijgen die ze behoeven. Het Nijmeegs laboratorium voor klinische dienstverlening betreffende diagnostiek van parasitaire infecties is een van de Nederlandse referentiecentra. Vanuit zijn team wordt ook de kwaliteit van parasitologische diagnostiek in Nederlandse ziekenhuislaboratoria verzorgd. De kennis wordt overgedragen aan nieuwe generaties en onderhouden bij artsen en analisten in perifere ziekenhuizen, die de klinische diagnose van exotische, soms zeldzame aandoeningen moeten bevestigen.
Daarnaast concentreert de onderzoeksgroep onder leiding van Sauerwein zich op de ziekte malaria tropica en met name op de overdracht van de verwekker Plasmodium falciparum, via Anopheles muggen.
Nijmeegse vaccinontwikkeling
Een bemoedigende ontwikkeling is de uitbreiding van fondsen voor de productie en klinische
testing van kandidaatvaccins. Sauerweins groep doet onderzoek naar enkele potentiële
vaccins. Enkele jaren gelden vonden de Nijmeegse onderzoekers een bepaald eiwit (voor
intimi: Pfs 48/45) dat als basis kan dienen voor een malariavaccin om de transmissie van
mens naar mug te onderbreken.
Bovendien kan nu gericht onderzoek gedaan worden naar die eiwitten die een rol spelen in
de parasitaire cyclus. Daarvan kunnen een aantal nieuwe kandidaatvaccins worden afgeleid,
maar het is "marathon"-onderzoek, dat lange adem eist en niet vaak de landelijke
pers haalt.
Verschraling
Onlangs was dat wel het geval: Nijmeegse onderzoekers leverden een belangrijke bijdrage
aan het in kaart brengen van het genoom van de malariaparasiet. Nu de ruim 5300 genen en
een aanzienlijk deel van de eiwitten van de parasiet sinds kort bekend zijn, wordt met de
genetische code gericht verder gewerkt. Zulke publiciteit is hard nodig om het hoofd ook
financieel boven water te houden.
In zijn oratie zette Sauerwein kritische noten bij de huidige Nederlandse opstelling in de financiering voor fundamenteel onderzoek aan problemen die in de tropen spelen. "Die leidt tot verschraling van de Nederlandse deskundigheid. Onze regering heeft alle middelen overgemaakt naar de WHO, waarmee ze de zeggenschap over haar eigen tropenexpertise uit handen heeft gegeven. Ons land heeft op onderdelen een internationaal erkende voortrekkerspositie, maar de onderzoeksgroepen worden stiefmoederlijk behandeld in eigen huis."
Tropenonderzoek
Het overheidsbeleid is gericht op zorgverbetering voor de zwakste groepen en de armste
landen. Beleid en uitvoering worden bepaald door de lokale vraag. Nederlands onderzoek kan
zich het best associeren met locale research instituten, waardoor er een kader gevormd
wordt dat bestrijding en interventies kan organiseren op lange termijn. Deze centra van
deskundigheid zijn niet altijd in de allerarmste landen gevestigd! Fundamenteel onderzoek
hier en toegepast onderzoek daar kunnen niet zonder elkaar. Sauerweins groep werkt samen
met lokale onderzoekers en een aantal partnerinstituten in Kenia, Burkina Faso en Senegal
aan capaciteitsopbouw in de gezondheidszorg en uitvoering van wetenschappelijk onderzoek
naar de overdracht tussen populaties van mensen en muggen. Er vindt actieve uitwisseling
plaats van jonge onderzoekers, van kennis en van studenten. Sinds kort zijn er weer enkele
jongeren aan de uitdaging van het warme Afrika, c.q. het koude Nederland begonnen. Zij
zullen op hun beurt als begeleiders van stagiaires optreden.
Klinische Malaria Studies
In 2001 werd het Centrum voor Klinische Malaria Studies binnen het UMC Nijmegen geopend:
een Europese onderzoeksfaciliteit voor het testen van vaccins. Dankzij de aanwezige
faciliteit voor kweek van muggen en parasieten, kon Sauerwein met zijn team, als eerste in
Europa beginnen met experimentele besmetting van vrijwilligers (via besmette muggen:
inoculatie van besmet bloed is nu eenmaal niet meer aanvaardbaar!). Een eerste fase,
waarbij de veiligheid van het vaccin en de immuunrespons in gezonde vrijwilligers wordt
onderzocht, is inmiddels met succes afgerond. In een volgende fase wordt de bescherming
die het vaccin oproept, getoetst door besmetting van gezonde vrijwilligers. Een aantal
trials met producten van Nederlandse en Europese onderzoeksgroepen is in voorbereiding.
Pas na gebleken geschiktheid van een product kan men mensen in malarialanden onderwerpen
aan proefvaccinaties. In die onderzoeken kunnen Afrikaanse researchers een belangrijke rol
spelen.
Sauerwein hoopt het mee te maken dat met een geschikt vaccin na de "mal aria" een "bel canto" wordt aangeheven. Vanuit de NVTG zullen wij hem en zijn groep met belangstelling blijven volgen en ons scharen in het koor.
|
Eijkman Medaille 2003 Het Eijkman Medaille Fonds werd opgericht op 1 oktober 1923 ter huldiging van Prof. Dr. C. Eijkman voor zijn 25 jaar hoogleraars ambt aan de Universiteit van Utrecht. In 1929 ontving hij voor zijn ontdekking van de relatie van vitamine-B en Beri Beri de Nobelprijs voor Fysiologie en Medicijnen. Later werd het Eijkman Medaille Fonds omgevormd tot een stichting met als doel het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van Tropische Geneeskunde o.a door het toekennen van de Eijkman Medaille aan personen, die zich verdienstelijk hebben gemaakt op het gebied van tropische geneeskunde in de meest uitgebreide zin. Het Bestuur nodigt een ieder uit kandidaten voor de toekenning van deze medaille voor te dragen. Diegene die iemand wil voordragen gelieve contact op te nemen met de secretaris voor het verkrijgen van de nodige formulieren. Formulieren zijn ook via de website verkrijgbaar. De voordrachten dienen uiterlijk 31 mei 2003 in het bezit zijn van de secretaris. Op 1 oktober 2003 volgt de openbare uitreiking op het Koninklijk Instituut voor de Tropen tijdens de NVTG Congresdag. Deze dag wordt georganiseerd door de NVTG en het KIT Dr M van Liere, Drs M.R.A. van Cleeff, Secretarissen Het Eijkman Medaille Fonds |
De kok, de kip en de onderzoeker
Maarten R A van Cleeff, Hugo J van der Kaay
Christiaan Eijkman werd geboren op 11 augustus 1858 te Nijkerk. In 1875 schreef hij zich in aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1883 (cum-laude) promoveerde in de geneeskunde op een proefschrift getiteld: "Over polarisatie in de zenuwen". Om zijn studie te bekostigen had hij zijn opleiding gevolgd in het kader van de militair geneeskundige dienst.
Na zijn benoeming tot officier van gezondheid in 1883, vertrok hij op 25 jarige leeftijd met zijn vrouw naar Nederlands Indië (thans Indonesië). Hier werkte hij als militair arts op Java in Semarang, Tjilatjap en later in Padang aan de westkust van Sumatra. In deze laatste stad werd hij geconfronteerd met de desastreuze gevolgen van beri-beri onder de in Atjeh strijdende militairen. Reeds in 1885 keerde hij wegens malaria met ziekte verlof naar Nederland.
Na een voorspoedig herstel bekwaamde hij zich tijdens dit verlof verder in de bacteriologie aan de Universiteit van Amsterdam en studeerde hij tussen mei en augustus 1886 bij prof. Robert Koch aan het Hygiënisch Instituut te Berlijn. Hier ontmoette hij prof C.A. Pekelharing (bacterioloog) en dr. C. Winkler (neuroloog), hoofdonderzoekers van de "Commissie ter bestudering van beri-beri" in Batavia. Deze Nederlandse regeringscommissie zocht de oorzaak toen nog in een micro-organisme, het was immers de periode van de opkomst van de bacteriologie.
Eind 1886 keerde Eijkman terug naar Indië en werd hij toegevoegd als assistent aan bovengenoemde commissie, die was ondergebracht in het laboratorium voor onderzoekingen op het gebied der pathologische anatomie en bacteriologie in het militair ziekenhuis te Batavia. In 1888 bezocht Eijkman het eiland Banka om de ziekte onder Chinese arbeiders in de tingroeven te onderzoeken. Toen Winkler datzelfde jaar terug ging naar Nederland, werd Eijkman directeur van het laboratorium, waarmee ook zijn militaire carrière eindigde. Het onderzoek werd door hem voortgezet.
Studies werden opgezet op zoek naar een micro-organisme, waarbij kippen werden geïnocculeerd met bloed en urine van beri-beri patiënten. Maar zowel de gezonde groep als de controlegroep ontwikkelde polyneuritis. Later, door aanvankelijk onbekende redenen, verdwenen de verlammingsverschijnselen in beide groepen. In 1890 nam Eikman waar, dat een groot aantel van zijn proefdieren -hoederen- een ziekte vertoonde dat in medisch opzicht overeenkomst vertoonde met ber-beri.
Financiering voor onderzoek was in die tijd schaars!. Om geld te besparen werden de kippen door het laboratoriumpersoneel gevoerd met restjes rijst uit de keuken van het ziekenhuis. Toen echter na enkele maanden de kok werd overgeplaatst, weigerde zijn opvolger de -voor militairen bestemde rijst- aan de kippen te geven. Als gevolg kregen de kippen goedkope, ongepelde rijst, die op de lokale markt was te verkrijgen.
Het viel Eijkman op dat de kippen tekenen van polyneuritis vertoonden, juist gedurende de vijftal maanden dat ze met witte rijst uit de keuken werden gevoerd. Het viel hem bovendien op dat de kippen opknapten nadat de kok was vertrokken. Er moest een samenhang bestaan tussen beri-beri en voeding.
Na deze observatie gaf hij in een proefopstelling kippen witte rijst, terwijl een controlegroep ongepelde kreeg, met het te verwachten resultaat. In zijn tweede publicatie in 1896, kwam hij tot de conclusie dat naast gekookte ook rauwe gepolijste rijst weldegelijk te ziekte kan teweeg brengen. Hij dacht echter toen nog, dat de oorzaak van de polyneuritis moest liggen in een toxische substatie, eigen aan de gepelde rijst.
Ziekte noodzaakte Eijkman in 1896 opnieuw terug te keren naar Nederland alwaar hij in 1898 werd benoemd tot hoogleraar aan de geneeskundige faculteit in Utrecht. Zijn medewerker in Batavia, Gerrit Grijns, zette het onderzoek voort en concludeerde dat niet een toxine de oorzaak was, maar dat de oorzaak gevonden moest worden in iets dat niet aanwezig was in gepelde rijst. Grijns kreeg tenslotte gelijk. Samen rapporteerden ze dat het dunne zilvervliesje onder de bolster van de rijst van beslissende invloed was op de gezondheid van zijn kippen, en beri-beri dus veroorzaakt werd door gepelde rijst. Aanvankelijk werd deze vinding hevig bestreden, maar later is vast komen te staan dat dit juist was en dat voedingsdeficiëntie veel meer voorkwam. In 1914 bedacht de Poolse scheikundige Casimir Funk de naam vitaminen, en in 1926 werd door Donath en Jansen in hetzelfde laboratorium in Batavia, het kristallijn vitamine B1 afgescheiden.
De Verenigde Staten waren de eerste die Eijkman eerden. Hij ontving van de Universiteit van Philadelphia de hoogste eremedaille: "voor hoge verdienste". In 1929, een jaar voor zijn dood, ontving Eijkman (samen overigens met Sir Frederick Hopkins) de Nobelprijs voor Fysiologie en Medicijnen voor zijn ontdekking van de anti-neuritische vitaminen.
Eijkman was een bescheiden persoonlijkheid. De prijs zelf heeft hij wegens ziekte niet persoonlijk in ontvangst kunnen nemen. Toen hij het einde voelde naderen, merkte de anders weinig spraakzame onderzoeker op "Ik heb niet voor niets geleefd".
Hij overleed te Utrecht op 5 november 1930.
Bronnen:
Tijdens de NVTG-werkgroependag van vrijdag 11 oktober j.l. werd dankbaar van de samenscholing van zwaargewichten in de Nederlandse tropengeneeskunde en internationale gezondheidszorg gebruik gemaakt om Jarl Chabot de welverdiende pluim op zijn NVTG-werk te geven. In het kader daarvan heeft hij ook veel betekend voor vele generaties tropenartsen-in-opleiding en wij willen hem namens TROIE hiervoor hartelijk bedanken. Zoals het een gelauwerde betaamt, nam de heer Chabot zelf na alle huldebetuigingen het woord om in alle bescheidenheid te wijzen op de hulp en ondersteuning die hij heeft mogen ontvangen bij het uitvoeren van zijn taken. Alvorens een vurig en zeer welkom pleidooi te houden voor daadkracht en netwerk binnen de NVTG, geeft hij natuurlijk een terugblik op zijn jaren tropengeneeskunde en community health care.
Onvermijdelijk begon dat bij zijn ervaringen in de jaren 70, toen hij zich als velen vol idealisme en zucht naar avontuur in de nog nasmeulende kraters van de gezondheidszorg in Angola stortte. De aanwezige tropenartsen-in-opleiding en TROIE-leden werden echter onaangenaam verrast, toen de heer Chabot zijn teleurstelling uitsprak in de huidige generatie basisartsen en tropenartsen in Nederland. Het zou hen ontbreken aan de solidariteit met de mensen in ontwikkelingslanden die zo kenmerkend was voor zijn vroege tropentijd. Het aantal nieuwe tropenartsen neemt af en men wil alleen nog maar uitgezonden worden op basis van dikke, veilige contracten. Ons inziens doet de heer Chabot daarmee onrecht aan de intenties en inspanningen van de nieuwe tropenartsen en gaat hij voorbij aan enkele belangrijke verschillen tussen de jaren 70 en nu.
De tijden veranderen! Solidariteit is in Nederland heden ten dage helaas een schaars goed geworden, maar juist binnen deze egoïstische maatschappij beginnen ieder jaar toch weer zo'n vijftig jonge artsen aan de tropenopleiding van de NVTG, en dat aantal is stabiel. Aan iedere twijfelaar wordt sterk getrokken door het gemak waarmee men op de binnenlandse markt een goede werkplek vindt en carrière maakt. Terwijl de banen in ontwikkelingslanden voor de juist afgestudeerde tropenarts zonder ervaring nu niet bepaald voor het oprapen liggen! In tegenstelling tot in de beginjaren van de carrière van de heer Chabot.
Zoals hij zelf aangaf schortte het nogal aan de voorbereiding op de uitzendingen in de jaren 70. De hedendaagse tropenartsen worden dankzij de NVTG een stuk beter voorbereid. Helaas is het zo dat het cursusgeld voor de Nederlandse Tropen Cursus (NTC) een grote investering is geworden, die slechts nog zelden wordt terugbetaald door de uitzendende organisatie. Daarentegen werd in de begindagen van de cursus dit geld voorgeschoten door de uitzendende organisatie met wie men reeds ruim voor aanvang van de NTC een contract had. In de huidige groep NTC'ers heeft nog níemand een contract. De tegenwoordige tropenassistent heeft een kritische houding wat betreft de opleiding, maar zeker ook voor de condities van de uitzending. Daarbij gaat het ook om voorzieningen voor kinderen en de mogelijkheden voor partners, die nogal eens op vrijwillige basis of voor een lokaal salaris hun bezigheid vinden en eveneens in Nederland een carrière achter zich laten. Wij kunnen de heer Chabot verzekeren dat hierbij niemand uit is op winstbejag! Idealisme en solidariteit blijven nog steeds de belangrijkste drijfveren, maar tegenwoordig is realisme geen overbodige luxe.
Concluderend denken wij dat de keuze voor tropengeneeskunde nu verder van gemakkelijk is en dat derhalve de jonge artsen die deze stap wagen meer krediet verdienen dan uit de speech van de heer Chabot naar voren komt.