|
|
Over de NVTG |
Gewijzigd: 24/6/2005 |
De Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg is opgericht in 1907 en bestaat uit ongeveer 850 leden. Het lidmaatschap van de NVTG staat open voor medici, paramedici en niet medische vakgenoten.
Doel van de Vereniging is het bevorderen van onderzoek en onderwijs in de tropische gezondheidszorg en daarmee aanverwante wetenschappen. De Vereniging stimuleert het publieke debat op het gebied van de internationale gezondheidszorg. Zij doet dit door middel van het organiseren van congressen en bijeenkomsten en het verzorgen van onderwijs gerelateerd aan de tropische gezondheidszorg.
De NVTG levert een belangrijke bijdrage aan het op de politieke agenda zetten van internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling met betrekking tot internationale gezondheidszorg.
In international verband onderhoudt de NVTG contacten met Europese partnerorganisaties, georganiseerd in the Federation of European Societies of Tropical Health (FESTMIH).
De ruggengraat van de vereniging wordt gevormd door de activiteiten van de verschillende vakwetenschappelijk georiënteerde werkgroepen. Zij organiseren wetenschappelijke vergaderingen en workshops, ieder op zijn eigen vakgebied. In totaal zijn er op dit moment 14 werkgroepen actief in de vereniging. Er zijn twee, door het bestuur benoemde, commissies.
De NVTG wordt geleid door een bestuur bestaande uit tien leden gekozen vanuit vakspecialismen en instellingen die zich in Nederland met internationale gezondheidszorg bezighouden.
De NVTG fungeert als koepelorganisatie voor de werkgroepen. Ze beslaan het gehele terrein van de internationale gezondheidszorg. Een uitgebreid overzicht van doelstellingen, inhoudelijke aandachtsgebieden, de werkwijze en contactpersonen van de werkgroepen vindt u via de webpagina werkgroepen.
Sinds enige jaren heeft het bestuur een parttime bestuursfunctionaris (Mw. Esther Jurgens) in dienst, ter ondersteuning bij de uitvoering van het beleid en de voorbereiding van nieuw beleid ten opzichte van ontwikkelingen in het veld.